Home Opinies en Nieuws Opiniestukken Een kruis over het wetsvoorstel scheiding kerk en staat

Een kruis over het wetsvoorstel scheiding kerk en staat

Is het thema van de scheiding tussen kerk en staat zodanig taboe in België dat een wetsvoorstel dat zich inschrijft in de evolutie van de geschiedenis hals over kop van de agenda moet worden gehaald? Hindert de onpartijdigheid van de publieke overheid zoveel mensen dat een tekst, die de vrijheid van iedereen respecteert, door het slijk moet worden gehaald op minachtende wijze? Een ware campagne van zwartmaken volgde immers op de bekendmaking van de opening van het parlementair debat betreffende het voorstel van Mahoux, Defraigne en collega’s over de onpartijdigheid van de staat. Een goed georganiseerde campagne trouwens, met onwaarheden en karikaturen als middel en het project op de lange baan te schuiven als doel.

Dat weinig mensen de tekst van het voorstel effectief ook hebben gelezen wordt bewezen door het feit dat de meest gehoorde kritieken verwijzen naar elementen die in het voorstel eenvoudigweg niet eens voorkomen.

Het voorstel wil een aantal elementen bundelen en is voor niemand kwetsend. Uiteraard kan men voor of tegen zijn: dat is immers de basis van het democratische debat. Maar men kan dit enkel doen op voorwaarde dat men zich baseert op de tekst van een document zelf en niet op een interpretatie, gebaseerd op “men zegt dat”.

Wat houdt het voorstel nu werkelijk in?
Het bevat niet meer dan een aantal voorstellen om effectieve uitvoering te geven aan bepaalde artikelen van de Belgische Grondwet die het principe van de neutraliteit van de staat definiëren. Deze bepalingen werden opgesteld in 1831 en niemand zal ontkennen dat de realiteit van vandaag wezenlijk verschilt van die van 180 jaar geleden. De evolutie van de maatschappij deed bijzondere situaties ontstaan die de grondleggers van de Belgische staat niet konden voorzien. Vandaar dat deze artikelen aanleiding kunnen geven tot een aantal “grondwettelijke leemtes”. Leemtes die sommigen vandaag in hun voordeel proberen in te vullen. De bedoeling van een Grondwet is echter juist om regels voor de organisatie van een samenleving vast te leggen die niemand bevoordelen of benadelen. Vanaf het ogenblik dat er verschillende belangen ontstaan die verwijzen naar dezelfde tekst om hun positie te rechtvaardigen, ontstaat er een echt probleem.

Daarom is het noodzakelijk om, zoals artikel 2 van het wetsvoorstel Mahoux doet, te preciseren dat “Religieuze voorschriften het volwaardige genieten en uitoefenen van de burgerrechten en politieke rechten niet in de weg kunnen staan. Ze kunnen evenmin een reden opleveren om deze rechten niet te moeten eerbiedigen.” En ook dat “Geen religieus voorschrift kan worden aangevoerd als rechtvaardigingsgrond, noch ter verschoning van het plegen van een strafrechtelijke inbreuk”. In een echte rechtsstaat zijn de wetten gelijk voor eenieder.

De tekst die werd voorgesteld in de Senaat preciseert ook dat de overheidsbeambten zich in de uitoefening van hun functies dienen te onthouden van elke uiterlijke manifestatie van een niet-confessionele of religieuze levensbeschouwing of van een voorkeur voor een bepaalde gemeenschap of partij. Daar waar de Belgische Grondwet sprak over “neutraliteit” is het vandaag nuttig om zijn “onpartijdigheid” te bevestigen. Het wetsvoorstel stelt eveneens verschillende protocollaire voorschriften in vraag, die de katholieke kerk een voorrang van een lang vervlogen tijdperk toekennen.

Het voorstel voorziet ook dat “Geen roerend of onroerend goed met een openbare bestemming tekens of voorwerpen mag dragen of ermee versierd zijn die kenmerkend zijn voor een religieuze of niet-confessionele levensbeschouwing”, met uitzondering voor de musea natuurlijk. Dat stelt op geen enkele wijze de mijter van Sinterklaas, de kerstboom of de kruisen op de graven in vraag zoals de critici van het voorstel - zonder te lachen maar niet zonder onbeschaamdheid - proberen te doen geloven. Laten we het grondwettelijk debat , het respect voor de persoonlijke overtuigingen en populaire folklore niet met elkaar verwarren!

De Unie Vrijzinnige Verenigingen handelt als representatieve organisatie van de niet-confessionele gemeenschap met respect voor de vrijheid van eenieder om te geloven of niet te geloven, om samen te leven en zijn burgerlijke, politieke, economische en sociale rechten uit te oefenen. De verdediging van de kwaliteit van de openbare diensten wat betreft de onpartijdigheid vormt de garantie voor deze vrijheid. Het is verwonderlijk dat een dergelijk principe iemand zou kunnen storen…

Sonja Eggerickx
voorzitter Unie Vrijzinnige Verenigingen

Bookmark and Share